Om het leren 24 uur per dag , 7 dagen per week , mogelijk te maken biedt cloudcomputing de kans om dat mogelijk te maken. 
Dit (youtube) filmpje over cloudcomputing in het onderwijs maakt dat duidelijk. Maar naast de technische mogelijkheden van cloudcomputing zal de inhoud van digitaal leren voor het onderwijs het allerbelangrijkste zijn.

Is alles al in de cloud?
Op dit moment is in Nederland nog niet zo ver dat álle educatieve content beschikbaar én vindbaar is gemaakt. Op scholen wordt voorlopig nog gebruik gemaakt van de (papieren) methodes van uitgeverijen. Er is hier en daar al wel sprake van COO ( computer ondersteund onderwijs ) en CBO ( computer beheerd onderwijs ). Dat was al in de tijd dat computers hun intrede deden in het onderwijs. Nu zie je een trend dat waar voorheen gebruik werd gemaakt van software op diskette, cdroms en lokale serverapplicaties nu steeds meer gebruik wordt gemaakt van 'de cloud' (softwaretoepassingen worden gevirtualiseerd  door servers op het internet).
Cloudcomputing is ongetwijfeld de toekomst voor het onderwijs en zal het leren uiteindelijk ook allemaal in de cloud gebeuren, maar het is nog niet zo ver dat alle educatieve content gedigitaliseerd in de cloud beschikbaar is. Voorlopig moeten we dus nog gebruik blijven maken van de boeken. 

Cloudschool richt zich op het ontwikkelen van onderwijs 'in de cloud': alle kennis  dat wil zeggen: zo veel mogelijk lesmateriaal , gedigitaliseerd uploaden naar 'clouds' op het internet. Wie wil leren hoeft dan alleen maar het internet op te gaan
 
Het systeem van Cloudschool 

De 5 stappen van Cloudschool

Stap 1 : verzamelen van geschikt digitaal lesmateriaal
Er is al heel veel lesmateriaal voorhanden. Echter: lang niet alles is geschikt voor digitaal leren. 
In het model van Cloudschool gaan we op alle deelnemende scholen aan leerkrachten en IB-ers vragen lesmateriaal aan te dragen.

Stap 2 : geschikt maken van digitaal lesmateriaal
Het verzamelde lesmateriaal dient 'gefilterd' te worden op bruikbaarheid en op kwaliteit. Daarbij moet onderzocht worden wáár de lessen zich bevinden in de verplichte leerlijnen, op welk niveau en welke doelen gehaald worden. Via een proces van 'valideren' zal Cloudschool er op toe zien dat educatieve content met de juiste 'filters' in de cloud worden geplaatst.

Stap 3 : het vindbaar maken van digitaal lesmateriaal
Na het valideren in stap 2 wordt al het lesmateriaal via 'metatagging' gelabeld en vervolgens opgeslagen in grote datacenters over de hele wereld. Alle data wordt 'slim' bewaard in 'semantische databases' zodat het makkelijk gevonden kan worden via een zoeksysteem.

Stap 4 : profileren van leerlingen
Aan de 'vraagkant' van educatief materiaal zullen we goede afspraken moeten maken hoe en welke informatie we van leerlingen we mogen gebruiken in de software van Cloudschool. Het is evident dat van elke leerling een profiel nodig is waarin informatie zal worden opgeslagen. Dit is een digitale identiteit waarin o.a. de leervorderingen worden bijgehouden. Zolang die data binnen de school blijft is het ook een plicht van scholen, maar zodra persoonsgegevens via internet 'de wereld ingaan' hebben we te maken met de wettelijke kaders zoals WBP en de Patriot Act. Cloudschool pleit er voor dat de privacygevoelige leerlingdata buiten het systeem van de school geanonimiseerd worden. 

Stap 5 : passende leerarrangementen maken
Per leerling, per klas , per school moet het dan mogelijk zijn leerarrangementen te maken die proecies aansluiten op de behoefte van de leerling. 
Deze stap heeft echter nog wel wat meer voeten in de aarde, want hoe weet de computer nu wat de leerling nodig heeft? In het begin zal de leerkracht nog veel 'handmatig' de geschikte lesstof moeten klaar zetten. 'Arrangeertools' zijn in ontwikkeling en kunnen het de leerkracht gemakkelijker maken.Op den duur zullen de computers zó 'slim' ( kunstmatige intelligentie ) zijn dat lesmateriaal 'volautomatisch' worden gekoppeld aan iedere leerling, maar zo ver is het nu nog niet. 

In schema: 

Dit is waar we naar toe willen; er is al wel een digitale leeromgeving en een learning management systeem genaamd 'Cloudwise®', doch het arrangeren gebeurt nog 'met de hand' . Een 'auto-adaptief leersysteem' waarbij de leerkracht ( en intern begeleiders ) meer tijd krijgen voor de leerling ( en minder tijd nodig voor de leerstof ) is nog toekomstmuziek.
Maar met het 'frame' voor Cloudschool kunnen we al wel aan de slag om in elk geval op het niveau van Web 2.0 uit te komen  ( = web 3.0 maar dan zonder intelligente software )

De route naar digitaal leren in de cloud is bepaald geen rechte weg. Er zijn meerdere wegen die tegelijk moeten worden aangelegd:

1. Metadateren
Er zijn in het verleden al meerdere pogingen geweest om alle leermaterialen te 'labelen' en vindbaar te maken via een website. 
Zo was er de programma-matrix ( een gratis dienst van APS-IT ) waarmee via trefwoorden digitaal lesmateriaal kon worden gezocht.
De zoekfunctie naar geschikt materiaal is later door meerdere websites overgenomen, zoals http://www.samenzoeken.nl  en http://www.davindi.nl  In opdracht van het ministerie en op verzoek van PO-raad en VO-raad is aan Kennisnet gevraagd onderzoek te doen  naar de educatieve contentketen . Door één standaard af te spreken moet het mogelijk zijn om alle ketenpartners met elkaar te laten samenwerken en één 'digitaal portaal' te ontwikkelen. 
Volgens deze ECK-standaard kunnen de uitgevers hun digitale leermaterialen beschikbaar stellen. Hoewel de uitgeverijen op de goede weg zijn naar een digitaal portaal is het nog niet zo dat het kan worden ingebed in een digitale leeromgeving met een 'pay per use'-systeem waarbij een mix mogelijk is om alléén te betalen voor hetgeen de leerling gebruikt. Het verdienmodel van uitgeverijen staat dat (nog) in de weg. 

2. Profileren
Het gaat om 'profiling' van de leerling: om de leeromgeving 'persoonlijk' en 'adaptief' te maken moet het systeem weten waar de leerling is met het leren, welke leerstijl gebruikt wordt , welke leerroutes mogelijk zijn en evt welk onderwijsconcept ( visie op leren >> visie op onderwijs ) gehanteerd wordt. Als de leerling inlogt op het systeem van de digitale leeromgeving wordt zijn 'digitale identiteit' (ID) geactiveerd en zal software alle resultaten van de leerling monitoren en opslaan in een logbestand. Het ID met logbestand maakt het dan mogelijk om de leerling te volgen. De makers van de LVS-en van nu ( Parnassys, Magister, ESIS, SOM, Datacare etc ) zijn daar natuurlijk in geïntersseerd. Het moet dan mogelijk zijn dat de vorderingen van leerlingen 'automatisch' worden bijgeschreven, maar vooralsnog dienen leerkrachten nog steeds handmatig de leerlingdata in te voeren. 

3. Arrangeren
Met arrangeren bedoelen we , simpel gezegd, het klaar zetten van geschikte lesstof voor de leerling. 
Arrangeren is dan op doelmatige wijze matchen van leerstof en leerling. Dat is tot dusver een kerntaak van de docent. In de praktijk heeft de leerkracht daar nauwelijks tijd voor. 
Digitale methodes , dat wil zeggen: volledige curricula in digitale vorm, zijn nog nauwelijks ontwikkeld. Er is vooral nog sprake van COO of CBO: computer ondersteund/beheerd onderwijs. 
Vroeg of laat zullen methodes in de eerste plaats digitaal worden aangeboden. De meerwaarde van digitaal aanbieden moeten we vooral zoeken in de beheersmatige kant: door 'arrangeertools' te ontwikkelen tijdwinst boeken voor leerling en leerkracht. 
Daarmee ontwikkelen we in eerste instantie adaptief onderwijs ( web 2.0 ) en zodra metadateren en profileren voldoende zijn uitgewerkt kan ook gewerkt worden aan 'auto-adaptief' onderwijs.( web 3.0 )  

Aan de slag met digitale leerpaden? 
Er komt veel bij kijken om educatieve content te maken. 'Losse' digitale lessen zijn er in overvloed. Deze lessen ( open leermateriaal ) zijn prima om het traditionele onderwijs ( met boeken en methodes ) digitaal te ondersteunen en aantrekkelijk te maken, Maar we willen meer: het zou mooi zijn als we volledig digitale curricula kunnen aanbieden. Dan is het essentieel dat we daarbij de leerlijnen van het SLO ( en die van het CED voor het speciaal onderwijs ) gebruiken als rode draad. Koppel dat met leerstandaarden ( referentiekader van leerniveau's ) en een systeem van toetsen en testen ( feedback op leren ) , dan kunnen we spreken van gesloten leermateriaal. 
Uitgeverijen zijn ook nog niet zo ver dat volledige methodes gedigitaliseerd zijn.  Scholen kunnen daar op wachten maar het is ook een uitgelezen kans voor scholen om zelf al aan de slag te gaan om open digitaal leermateriaal te structureren tot digitale leerpaden ( volledig gedigitaliseerde methodische leerlijnen ) .Dat kan door als een team te werken: co-creatie is een kans voor het onderwijs om het eigenaarschap van leermateriaal weer bij de scholen zélf te brengen.

Cloudschool wil daarbij helpen en doet meerdere suggesties om digitale leerpaden zelf te gaan ontwikkelen: Klik op de ECO-groepen of CloudCrowd om er meer over te lezen: 

       
 
ECO-groepen